Wonen in een woongemeenschap

Uit Gemeenschapppelijk wonen
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een omschrijving gegeven van gemeenschappelijk wonen. Vervolgens komen de motieven om voor deze woonvorm te kiezen aan bod, alsmede de succesfactoren en de risico's. Het is van groot belang de doelstellingen van een (initiatief) groep in het oog te houden. Die kunnen gaan van eenvoudig gezamenlijk gebruik van huishoudelijke voorzieningen, via plannen voor gezamenlijke activiteiten van culturele of sportieve aard tot woonvormen waarbij zorg voorop staat. Vooral dat laatste aspect is bepalend voor de aard van de woongemeenschap. Maar het gezamenlijk wonen is hoofdzaak; het gezamenlijk wonen met een zorg-component is een variant daarop. Aan het eind van dit hoofdstuk komen de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokkenen aan bod, met name die van de ondersteuner.

Terug naar Handreiking Gemeenschappelijk Wonen

Wat is gemeenschappelijk wonen?

Er zijn vele vormen van gemeenschappelijk wonen. In plaats van een definitie die al die vormen omvat, is gekozen voor een omschrijving van de belangrijkste kenmerken. Bij gemeenschappelijk wonen maken bewoners de keuze om een aantal zaken met elkaar te delen. Zoals hierboven gezegd, kan het gaan om eenvoudig gezamenlijk gebruik van voorzieningen, via plannen voor gezamenlijke activiteiten tot woonvormen waarbij zorg een rol speelt. Gemeenschappelijk wonen kan daarom in vele gradaties bijdragen aan de kwaliteit van het leven van de individuele leden. De bewoners behouden hun zelfstandigheid en hun privacy in de eigen woning maar zijn daarnaast bereid tot een beperkte of ruime mate van gemeenschappelijkheid. Deze uit zich in het samen organiseren van activiteiten en het beheer en gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een woonkamer, een keuken, een ontmoetingsruimte, een logeerkamer of een gedeelde tuin, maar ook van voorzieningen als een bibliotheek/annex filmzaaltje, een sauna, een auto-sleutelruimte of transportmiddelen.

Voor organisaties als de Landelijke Vereniging Centraal Wonen (LVCW) staan zelfbeheer en zeggenschap over de woonsituatie centraal. Voor organisaties als de Landelijke Vereniging Gemeenschappelijk wonen van Ouderen (LVGO) en Wonen van Senioren op Boerderijen (WSB) staat de zelfredzaamheid sterker op de voorgrond. Deze zelfredzaamheid is voorwaarde voor het handhaven c.q. uitoefenen van de drie elementen die gemeenschappelijk wonen bepalen:

  • privacy: iedereen woont zelfstandig (wel of niet met gedeelde voorzieningen)
  • zelfbeheer: zeggenschap over de woonsituatie
  • gemeenschappelijke functies, voorzieningen en activiteiten; betrokkenheid
  • coöptatie: de bewoners kiezen nieuwe bewoners

De bewoners geven op eigen wijze invulling aan deze woonvorm. Zij bepalen zelf de samenstelling van de groep en het kader van de gezamenlijke activiteiten. Ieder groepslid heeft eigen verantwoordelijkheden, ook indien ondersteuning wordt geleverd door een zorgaanbieder.

Hof der Toekomst In een Amersfoortse wijk staan 61 woningen in een cirkel. Er wonen 140 mensen die één ding gemeen hebben: ze wonen in de "CW Hof der Toekomst". Dit is een woonvorm waarbij de bewoners beschikken over een zelfstandige woning, maar ook over gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen.De woningen staan rondom het "Binnenhof", een ruimte voor vergaderingen, feesten, koffieochtenden en film- en baravonden. Andere voorzieningen: een wassalon, logeerkamers voor gasten, een kruidentuin, een werkplaats en op het binnenterrein staan enkele schommels.

Onderlinge verschillen

Het gemeenschappelijk wonen kent verschillende vormen. De varianten liggen op het terrein van:

  • locatie: stedelijk, landelijk of tussenvormen (bereikbaarheid van voorzieningen)
  • vormgeving: één gebouw, bijeengelegen groep woningen, verspreid wonen over een buurt of straat (zg. "gestippeld" [1] wonen)
  • sociale opbouw en inrichting: groepsruimten, clusterruimten, alleen projectruimten
  • bezitsverhoudingen: koop of huur of een mengvorm
  • bijzondere voorzieningen: service en/of zorg.

Alleen al deze vijf factoren hebben een grote verscheidenheid in woongemeenschappen ten gevolge.

Succesfactoren

Essentieel bij alle vormen van gemeenschappelijk wonen is de mate van invloed van bewoners op plan en uitvoering. Volgens een onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar het groepswonen door ouderen bepalen deze factoren in grote mate het succes van een initiatiefgroep. Ruzie, roddel en geringe inbreng in de groep worden als storend ervaren. Zij bedreigen de onderlinge verhoudingen. Essentieel bij alle vormen van gemeenschappelijk wonen is daarom dat de leden samen bepalen wie er in de groep komt wonen. Soms worden open plaatsen door de gemeente of woningcorporatie toegewezen zonder dat de bewoners daarop invloed hebben. Dit kan funeste gevolgen hebben voor de samenhang in de groep.

Ook moeten de leden invloed kunnen uitoefenen op de inrichting van de woningen en de gemeenschappelijke ruimten. Dit veronderstelt dat alle leden intensief betrokken zijn bij de planvorming en groepsvorming en waar mogelijk ook uitvoerende verantwoordelijkheid dragen. Tenslotte zijn communicatieve vaardigheden van groot belang: vermogen tot samenwerking en tot gemeenschappelijke besluitvorming.

Het opzetten van een project voor gemeenschappelijk wonen vereist initiatief en vasthoudendheid. Een initiatiefgroep zal een flink aantal obstakels moeten overwinnen. Bovendien dient men te beschikken over kennis en kunde op het gebied van projectontwikkeling, beheer en organisatie, vaardigheden die de groepsleden niet alle zelf in huis zullen hebben. Daarom is professionele begeleiding belangrijk. Bijvoorbeeld bij het vinden van een geschikte locatie, het opstellen van een programma van eisen en de begeleiding van het bouwproces. Maar dat niet alleen. Ook bij de groepsvorming en het beheer van het project kunnen deskundige adviezen goed van pas komen.

Belangrijk voor het welslagen van een project is verder dat de groep goede contacten onderhoudt met andere belanghebbenden, zoals gemeente, architect, corporatie en zorgaanbieder. Zonder de medewerking van deze partijen is een project voor gemeenschappelijk wonen moeilijk te realiseren.

De kans van slagen is groter wanneer ...

  • er een krachtige initiatiefgroep van toekomstige bewoners bestaat die zèlf stappen zet (en niet afwacht tot anderen iets ondernemen)
  • de groepsleden zeggenschap hebben over plan en uitvoering
  • invloed hebben op woningtoewijzing
  • men op de medewerking van andere partijen kan rekenen
  • de eigen kennis en kunde worden aangevuld met deskundige begeleiding

Wie zijn bij een project voor gemeenschappelijk wonen betrokken?

Bij een project voor gemeenschappelijk wonen zijn verschillende partijen betrokken. De volgende spelers en rollen zijn te onderscheiden:

  • de initiatiefgroep bepaalt het woonconcept en maakt duidelijk waarom zij dat wil realiseren
  • de gemeente bepaalt de locatie, creëert voorwaarden en kent sommige subsidies en voorzieningen toe
  • de woningcorporatie of projectontwikkelaar onderhandelt met de groep over woonwensen en realiseert het wooncomplex
  • de architect maakt in opdracht van de woningcorporatie of van de groep zelf een ontwerp van de woningen met gemeenschappelijke ruimten
  • de aannemer voert de bouwopdracht uit
  • de woningtoewijzer bepaalt op grond van eigen (corporatie) of overheidsregels (gemeente) of op basis van statuten of huishoudelijk reglement van de groep zelf wie wordt toegelaten
  • de leverancier van zorg(diensten) biedt op basis van een indicatie en vaststelling van het budget door het zorgkantoor tegen betaling haar hulpdiensten aan

Daarnaast kan de initiatiefgroep hulp van buiten inroepen voor meerdere facetten van het proces van plan tot realisering. Die hulp kan liggen op juridisch, bouwkundig of sociaal terrein. We noemen deze hulp gemakshalve "de ondersteuner".

Het werkterrein van de eventuele ondersteuner

Mensen die gemeenschappelijk willen wonen, hebben een lange weg te gaan. Die begint bij het idee om gemeenschappelijk te gaan wonen en kent een mijlpaal bij het betrekken van de woningen. Maar ook daar eindigt de weg niet: het proces van gemeenschappelijk wonen duurt zo lang als de groep bestaat. De ondersteuner moet drie hoofdzaken in het oog houden en zijn houding afstemmen op de karakteristieken van de groep. De drie hoofdzaken zijn:

  • Bouw
 De technische voorbereidingen die te maken hebben met de (ver)bouw van de woningen. Het gaat daarbij om de locatie, de financiering, afspraken met bijvoorbeeld architect en corporatie, de inrichting van de nieuwe woningen, etc.
  • Beheer en organisatie
 In de voorbereidingsfase moeten de groepsleden onderling goede afspraken maken over onderhoud van woningen en gemeenschappelijke ruimten. Daarnaast is het zinvol om een rechtspersoon op te richten (een vereniging of stichting), waarmee de aansprakelijkheid wordt geregeld. Een rechtsvorm als een vereniging schept de voorwaarden voor een democratisch verlopende besluitvorming, waarbij bestuurders en leden als gelijken gelden en de bestuurders niet zonder mandaat kunnen optreden.
  • Groepsproces
 Wanneer een aantal mensen besluit om samen een initiatiefgroep te vormen, begint een proces van aftasten, ideeën uitwisselen, aan elkaar wennen, afspraken maken en oplossingen bedenken. Dat proces gaat door, ook nadat de woningen zijn betrokken. Altijd weer doen zich zaken voor die om een oplossing vragen.

Kunst van het ondersteunen

Een project voor gemeenschappelijk wonen omvat vele aspecten. Natuurlijk is het een voordeel wanneer de initiatiefgroep vaardigheden "in huis" heeft, bij voorbeeld van juridische, financiële of bouwkundige aard. Maar daarnaast is het van groot belang dat een groep gebruik kan maken van de kennis van anderen. Het is haast onmogelijk voor de groep om alles zelf te weten en te regelen. Degene die advies en ondersteuning biedt, mag het project echter niet overnemen. Het mag niet iemand zijn die meent te weten wat goed is voor de groep en de zaakjes wel even zal regelen. Als het goed is, houden initiatiefnemers altijd zelf de regie over het proces. De ondersteuner toont zich wel betrokken maar staat naast de initiatiefnemers. De aard van het advies en de ondersteuning zal per fase verschillen. In de uitgave 'De kunst van het ondersteunen' worden drie soorten ondersteuning genoemd:

  1. bij de wegwijsfunctie ligt het accent op voorlichting, informatie en verwijzing; aan deze vorm van ondersteuning is vooral behoefte in de startfase;
  2. bij procesondersteuning is er iemand die de vaart erin houdt en let op het groepsproces; zodra een project gaat lopen wordt deze vorm van ondersteuning belangrijk;
  3. naarmate een project vordert kan het van belang zijn inhoudelijke expertise te verkrijgen, bij voorbeeld van mensen met kennis van bouw en contracten.
 Uit de praktijk blijkt dat er een vierde rol aan toegevoegd moet worden, die van intermediair
  1. bij de functie van intermediair gaat het om het onderhandelen met partijen als gemeente, corporatie, zorgaanbieder en architect. Dit vraagt om een ondersteuner die oog heeft voor de belangen, beweegredenen en mogelijkheden van alle partijen en deze kan uitleggen aan de anderen. Hiervoor is kennis nodig van de rollen en mogelijkheden van deze partijen.

Welke begeleiding en ondersteuning er nodig is, hangt af van de fase waarin een project verkeert. Bij de uitwerking van die fasen in de volgende hoofdstukken wordt hierop nader ingegaan.

Helpende hand

Sommige initiatieven voor gemeenschappelijke wonen hebben meer begeleiding nodig dan andere. Een voorbeeld is de Woongroep Santosa. Het initiatief tot oprichting was van de welzijnsorganisatie Setasan. De woongroep werd bij de oprichting begeleid door de Woongroepenwinkel in Rotterdam. Begeleiding van de bouw was niet nodig, omdat het ging om een bestaand complex. Wel verzorgde de Woongroepenwinkel belangrijke contacten, zoals met het woonzorgcomplex en de gemeente. Verder leverde zij een bijdrage aan het plan voor ledenwerving en de inrichting van de gemeenschappelijke ruimte. Tenslotte onderhandelde zij met Setasan over voortgezette begeleiding van de groep.

Noten

  1. Een voorbeeld van verspreid of gestippeld wonen is de Woongroep Santosa, een groep Javaans-Surinaamse ouderen in woonzorgcomplex Laurens te Rotterdam. De groep omvat 12 woningen op verschillende verdiepingen van het complex dat in totaal uit 237 seniorenwoningen bestaat. De leden van woongroep Santosa wonen twee-aan-twee naast of tegenover elkaar. Buren helpen elkaar, onder andere bij het boodschappen doen. Verder beheren de groepsleden een gemeenschappelijke ruimte en ondernemen zij samen een aantal activiteiten.